|
Een steile brug, parkeerdek of dijkoprit kan je hartslag verhogen. Toch is de hellingproef vooral een kwestie van voorbereiding en timing. Met duidelijke stappen voorkom je terugrollen en rijd je soepel weg. Grip op de basisZet je voeten klaar: linkervoet op de koppeling, rechtervoet op de rem. Kies de juiste versnelling, meestal de eerste. Breng de koppeling langzaam naar het aangrijpingspunt en voel hoe de neus van de auto iets omhoog komt. Laat pas daarna de rem los. Werk je volgens de methodes die je gewend bent van rijschool Solo in Rotterdam, dan herken je dit moment snel. Twijfel je aan de hellingshoek? Geef een klein beetje gas extra, dat voorkomt afslaan. Handremtechniek stap voor stapDe handrem geeft je rust. Houd de auto vast met de handrem, zet de motor op spanning met een vleugje gas en zoek het aangrijpingspunt. Voel je dat de auto “wil”? Laat de handrem in één vloeiende beweging zakken en vang eventueel met een tikje extra gas op. Microcase: op een parkeerdek met krappe bochten kun je de auto eerst een halve meter laten rollen, dan het stuur rustig in de juiste richting draaien. Op natte kinderhoofdjes (klinkers) start je iets rechter, daarna pas sturen, zodat je voorbanden grip houden. Automaat of hulpsystemen effectief gebruikenRij je automaat? Trap de rem stevig in, zet de pook in D en geef een fractie gas terwijl je de rem lost. Veel auto’s hebben hill hold of auto-hold: het systeem houdt de rem kort vast zodat je tijd hebt om gas te geven. Handig, maar blijf zelf controleren. Werk met kleine doses gas, zeker bij krachtige motoren. Elektrische auto’s met creep-stand kruipen vaak vanzelf; op een steile helling combineer je die eigenschap met lichte pedaaldruk, zodat je gecontroleerd vertrekt. Veelvoorkomende hobbels oplossenRolt de auto toch een stukje terug? Rem direct, adem uit en begin opnieuw. Beter een herstart dan een nerveuze halve poging. Slaat de motor af, koppel volledig in, zet op neutraal, start opnieuw en herpak je volgorde. In files op een helling helpt afstand; houd een halve autolengte extra zodat je marge hebt voor een herstart. Voorbeeld: op de Erasmusbrug stop je op de rijbaan. Zet de handrem vast, wacht tot het verkeer beweegt, maak spanning op de aandrijflijn en laat de auto pas rijden wanneer je zeker bent van ruimte. Parkeren en vertrek op hellend terreinParkeer je schuin omhoog? Wielen iets naar het trottoir en handrem aantrekken; bij een automaat op P, bij een handbak in de eerste versnelling. Omlaag parkeren? Wielen van de stoep af en versnelling in zijn achteruit. Vertrek je vanuit een schuin vak, voorkom een scherpe stuurhoek tijdens het wegrijden. Eerst de auto recht laten rollen, dan pas ruim insturen. Met deze gewoontes wordt elke helling voorspelbaar en hou je controle in eigen hand.
|